In dit artikel wordt het onderdeel brand en explosies behandeld zoals onderdeel van het VCA proefexamen. Maak de proefexamens en behaal het VCA examen, waardoor je een VCA certificaat kunt ontvangen. Het certificaat wordt door vele bedrijven vereist om er werkzaam te mogen zijn.

Er zijn drie dingen nodig voor een brand.

  1. Een brandbare stof (olie, hout, gas, kleding aluminium, magnesium etc).
  2. Zuurstof (lucht bevat 21% zuurstof, soms hoger waardoor toename risico voor brand is).
  3. Een bepaalde temperatuur (Energie om brand te veroorzaken, vonk, vlam, hitte)

De brand kun je dus bestrijden door één van deze bovenstaande zaken weg te halen.

Zelfontbrandingstemperatuur = De temperatuur die zo hoog wordt dat de stof spontaan gaat branden.

 

Katalysator

Dit zorgt voor een efficiënte verbranding. Dit zit ook in een auto, die zorgt voor optimale en volledige verbranding van de brandstof.

 

Explosie

Lower explosion Limit (LEL), dit is de minimale concentratie in de lucht die kan zorgen voor een ontbranding. Denk aan benzine dampen in de lucht.

Upper explosion Limit (UEL), dit is de maximale concentratie in de lucht die kan zorgen voor een ontbranding.

Dit betekent dat alleen concentraties tussen de LEL en de UEL brandbaar/explosief zijn. Te weinig of teveel benzinedamp in de lucht kan niet ontbranden! Hoe groter het verschil tussen LEL en UEL des te explosiegevaarlijker de stof.

 

Verdamping

Vloeistof brandt niet. Het is de damp boven de vloeistof die brandt.

Vlampunt = De laagste temperatuur waarbij vloeistof verdampt om een explosief mengsel te vormen.

 

Vlampunt

Brandgevaarklassen

Lager dan 0 graden

0 = zeer licht ontvlambaar

Tussen 0 en 21 graden

1 = licht ontvlambaar

Tussen 21 en 55 graden

2 = ontvlambaar

Hoger dan 55 graden

3 = brandbaar

 

Verbrandingsgassen en rook

Rook en verbrandingsgassen zijn gevaarlijk bij een brand. Vaak zijn deze gassen giftig. Ook is de hete rook gevaarlijk. De longblaasjes verbranden, waardoor je onvoldoende zuurstof binnen krijgt. Blijf bij rookontwikkeling laag bij de grond.

 

 

Verbrandbevorderende stoffen

Meer zuurstof zorg voor meer brandgevaar. Denk aan lekkende zuurstofslangen bij het lassen. Peroxiden en perchloraten bevatten zuurstof (denk aan vuurwerk).

 

Brandklassen

Er zijn verschillende brandklassen (A t/m D). Hoe hoger des te meer energie er vrij komt bij de verbranding.

Klasse A = Organische stoffen: hout, papier, stof.

Klasse B = Vloeistoffen: olie, vetten, alcohol of benzine.

Klasse C = Gassen: Methaan, acetyleen of propaan.

Klasse D = Metalen: natrium, calcium of aluminium.

 

Blusmiddelen

Met de onderstaande blusmiddelen kun je de brandklassen bestrijden.

Klasse A = Water

Klasse B = Bluspoeder, lightwater (AFFF) of koolstofdioxide

Klasse C = Bluspoeder BC of ABC, gastoevoer afsluiten

Klasse D = Speciale blusmiddelen

Brand in elektrische apparatuur bijvoorbeeld kan niet geclassificeerd worden. Blusmiddelen: koolstofdioxide, zand of aangepast schuim.

 

Brand blussen doe je door één van de branddriehoek zijden weg te halen.

Brandstof weghalen

Temperatuur verlagen

Zuurstof weghalen

Ontstekingsbron weghalen

Negatieve katalyse toepassen

 

Er zijn verschillende blusmiddelen:

Droge blusmiddelen: poeder, zand of blusdeken.

Natte blusmiddelen: water, schuim of light water (AFFF)

Blusmiddelen met gas: Co2, Halon

 

Blusmiddelen

 

Water

Vooral geschikt voor klasse A brand. Door verlagen van temperatuur dooft de brand. Ook door verdampen water (stoom) is er minder zuurstof in de ruimte waardoor de brand dooft.

Elektrisch geleidend.

Olie drijft op water.

Kan bevriezen.

Chemische reacties met andere stoffen.

Gas, vloeistof en metaalbranden (B t/m D klassen) niet blusbaar met water.

 

Schuim

Vooral geschikt voor klasse B branden. Schuim komt om de brandstof te liggen, waardoor zuurstof niet kan doordringen. Ook door verdampen water (stoom) is er minder zuurstof in de ruimte waardoor de brand dooft.

Elektrisch geleidend

Schadelijk voor het milieu

AFFF = aquaeous firm forming foam (soort schuim)

Vaak in brandblusser. Brandweer mengt het ook in water.

 

Poeder

Negatieve katalystische werking = remt brandingsreactie af tussen zuurstof en brandende stof. Gebruik van poederblussers. Poeder is niet elektrische geleidend, vorstbesteding en geschikt voor binnen en buiten.

Schade bij blussen elektrische apparaten.

Geen afkoelend vermogen.

Verminderd zicht bij het blussen (stof in de lucht).

 

Zand

Sluit zuurstof af van brandstof. Zand werkt ook temperatuur verlagend. Zand blijft op brandstof liggen, waardoor brand niet opnieuw kan ontstaan.

Geschikte voor olie en benzine branden.

Erg zwaar en lastig mee te blussen.

 

Blusdeken

Sluit zuurstof af van brandstof.

Geschikt voor kleine vloeistofbranden (zoals frituurpan). Of personen die in brand staan te blussen.

Laat de deken minimaal een halfuur op de vloeistof brand liggen, anders kan de brand weer beginnen.

Kooldioxide (= Co2)

Herkenbaar aan de grote expansiekoker aan de blusser. Blusapparaat verlaagd de temperatuur.

Pas op bij gebruik ervan vanwege extreem lage temperatuur (- 80 graden) kan je brandwonden oplopen.

 

Wat doen bij brand?

  1. Eerst jezelf in veiligheid brengen.
  2. Waarschuw 112 (brandweer).
  3. Meld brand bij BHV (en sla alarm).

Vervolgens:

Mensen om je heen waarschuwen, deuren en ramen sluiten, bluspoging met meerdere mensen, blus met de wind in de rug, volg aanwijzingen op van BHV en brandweer.

Bij brandwonden: 15 minuten koelen en medische hulp inschakelen.

 

Explosiegevaar

Atmosphere explosive = ATEX (hier zijn Europese richtlijnen voor.

Explosiegevaar komt vaak voor bij chemische bedrijven, transportbedrijven (bij vervoer van chemische producten), gasproductie etc.

Explosies worden vaak veroorzaakt door vonken, hete oppervlakten of statische ontladingen.

Gebruik explosieveilig gereedschap!

PBM gebruiken = persoonlijke beschermingsmiddelen voorkomt statische ontladingen.

Gebruik geen mobiele telefoons in explosie gebieden!

 

 

 

 

https://www.oefentoets.com/cursussen/vca-proefexamen/